dinsdag 11 april 2017

Sommige mensen houden van tuinieren. Ik niet.

Blog 12

We krijgen het de komende tijd druk. In elk geval in onze beleving. De nabije toekomst hangt een beetje als een wolk aan de horizon, die langzaam dichterbij komt.
Zo dramatisch is het nou ook weer niet
Onze huurders vertrekken eind april naar Curaçao. We willen eigenlijk het huis niet leeg laten staan, dus we moeten misschien wel naar Suriname. Gelukkig zijn er serieuze gegadigden, maar gegadigd is nog niet gekocht. We zijn druk bezig met dingen uitzoeken in verband met de overdracht van de grondhuur. Gelukkig krijgen we assistentie van onze geliefde huurders, die voor ons van het kastje naar de muur gaan. De wegen van de Surinaamse overheid zijn soms wat ondoorgrondelijk. Die van ons waarschijnlijk ook.
En we willen ook nog naar Spanje om vrienden te helpen.
En we moeten 1 juni weer in Portugal zijn om daar verder te gaan met housesitten.
En we hebben de eigenaresse ook nog beloofd om haar Porsche naar Londen te brengen.
En Ben en Mirjam gaan 30 juni trouwen in Spanje en ze hebben ook nog een receptie in Nederland.
En hoe moet dat nou? We krijgen het maar niet op een rijtje.
Ik krijg een appje: ‘Vervelen jullie je nog niet in die stille Provence?’
die stille Provence
In de tuin werken schijnt heel rustgevend te zijn, dus begeef ik me naar de tuin. Ik ben niet gezegend met groene vingers en dat rustgevende heb ik nog niet ontdekt. Het is voor mij meer een klus op een things-to-do-lijstje. Soms spreid ik het werk uit over meerdere regels, zoals: bladeren harken, bladeren oprapen, bladeren weggooien. Onkruid weghalen in de tuin, onkruid weghalen op het terras en onkruid weghalen tussen het grind, want dan kun je lekker veel doorstrepen.
Maar zover is het nog niet. Nog lang niet.
leve de vooruitgang
Er staat een bladerzuiger in de schuur, hoor,’ zegt mijn echtgenoot. Ik heb een diepgewortelde antipathie tegen alles wat elektrisch wordt aangedreven. Er zitten ook altijd te veel knopjes op. Ik snap nooit hoe zo’n apparaat werkt en al helemaal niet het systeem dat erachter zit of de intentie van de ontwerper. De beste man of vrouw is vast gezegend met een hoop intelligentie, maar dat is ten koste gegaan van praktisch inzicht, en stiekem heeft hij/zij vrijwel zeker een hekel aan tuinieren.
Is het nou een bladerzuiger of een bladerblazer? Dat weet ik pas als ik hem aanzet. Ik hou mezelf voor dat er niks aan de hand is zolang ik de stekker niet in het stopcontact steek.
Ik sluip behoedzaam dichterbij en haal alles uit de verpakking. Op de doos staat een vrolijke man in een smetteloos witte polo intens gelukkig zijn bladerloze gazon te ontbladeren. De kinderen dartelen er vrolijk omheen en zijn vrouw zit in een mooie jurk – alsof ze net naar een feest is geweest – op het terras een kopje koffie te drinken terwijl ze haar held bewonderend aankijkt.

Het staat in schril contrast met mijn eigen held. Die loopt in een groen, versleten shirt als een zombie fazanten te filmen. De witte shirts hebben we jaren geleden al verbannen.
Ik zie geen enkele gelijkenis met mezelf en het tafereeltje op de doos. Ik sta met een hele hoop onderdelen hulpeloos naar het apparaat te staren. Eindelijk heb ik iets in elkaar gepuzzeld en nu komt het moment suprême. Het stopcontact. Waar is de stekker? Ik zie een zielig snoertje van twintig centimeter waar het gezochte attribuut aan bungelt. Hoe kun je nou met een draad van 20 cm een tuin doen? Daar heeft de vrolijke meneer van de verpakking natuurlijk ook niet aan gedacht.
Echtgenoot komt even kijken wat ik toch allemaal in dat schuurtje uitspook. Bij tijd en wijle is hij best coöperatief. Er moet een verlengsnoer komen, zegt hij deskundig. Hij vist een verlengsnoer uit de doos met het smetteloze gezin erop. Ik kan nu tien meter het terras op. Net niet ver genoeg om de tuin te bereiken. Aan het verlengsnoer moet dus ook nog een katrol komen.
Eindelijk gaat het dan toch nog gebeuren.
Vergeet je gehoorbescherming niet,’ zegt echtgenoot terloops, ‘anders word je doof.’ Ik sta met mijn handen vol, maar gelukkig is mijn lief niet te beroerd om te helpen. Er ontstaat een soort gezegende doofheid. Best prettig eigenlijk, zo’n ding. Ik wurm een soort riem om mijn schouder, met een opvangzak voor de bladeren eraan. Als een soort marsmannetje probeer ik het einde van de tuin te bereiken. En dan kan het feest beginnen.

Na drie minuten zit het hele spul verstopt. Behalve bladeren zuigt hij ook takjes en andere ongerechtigheden op. Na drie kwartier geworstel geef ik het op. De ontwerper mag wat mij betreft opgenomen worden in een gesticht. Ik pak een hark, prop de hele handel in een zak en kiep die leeg op de daarvoor bestemde plaats. Eigenlijk valt het best mee. Het is helemaal niet zoveel werk.
Maar die gehoorbescherming hou ik op. Lekker rustig. Tuinieren is goed voor je hoofd. Enthousiast streep ik mijn halve things-to-do lijstje af.


Of ik verder nog iets doe, in Barjol? Best wel. Ik heb ein-de-lijk mijn boek over Suriname af. Ik twijfel of ik het zal opsturen naar een uitgeverij. Niet dat je er veel aan overhoudt, maar een uitgever is natuurlijk wel echter en er wordt tenminste met een professionele blik naar gekeken. En ze hebben een netwerk dat ik niet heb.
Ik stuur het manuscript naar drie uitgevers, anders krijg je zoveel afwijzingen en daar word je weer depressief van. Eigenlijk ben ik gewoon een schijtert en ben ik bang dat het niet goed genoeg is, maar soms moet je eenvoudigweg iets wagen.
Er is een uitgever die heel snel reageert. Hij is enthousiast en daar word ik nog enthousiaster van. Dit is een langgekoesterde droom.

Of we een afspraak kunnen maken. Natuurlijk, meneer de Uitgever, we komen eraan. Maar eerst nog even naar Spanje, Portugal en Londen. We kijken elkaar grijnzend aan. Okay, ons leventje is af en toe wat chaotisch, maar het blijft een gaaf leven. (voor livebeelden zie: kopje Vlog)
















donderdag 2 maart 2017

Afscheid

Blog 11



'Als je een boek erbij hebt om te vertalen, ga ik toch nog even naar Nederland,' roep ik stoer, terwijl ik naar mijn scherm staar om te kijken of er goedkope tickets zijn. Bij de uitgeverij werken een paar lieverds die met ons meedenken. Ze hebben over twee weken waarschijnlijk een thriller, maar er moeten nog wat contracten worden getekend. Dat is nog niet echt, vind ik. Ik houd graag een slag om de arm. Ik vind het fijn om naar Nederland te gaan, maar tegelijkertijd zie ik er ook altijd een beetje tegenop.
Een dag later krijgt mijn lief bericht dat ze nog een boek hebben, waar hij meteen aan kan beginnen. 'Halleluja,' zullen we maar zeggen. We zijn voorlopig weer onder de pannen. We zijn dankbaar. Ik regel een goedkope ticket. Het is deze keer zelfs een retourticket. Ik hou er niet van om me al zo lang van te voren vast te leggen, maar de prijs is goed, dus boek ik maar. Ik vlieg over drie dagen.
Marseille (foto:Ed)
We vertrekken idioot vroeg, want het is prettig om op tijd te zijn. Ons Fordje pruttelt tevreden wanneer we ons naar Marseille begeven. We halen nog even warme croissantjes bij de bakker, die al vanaf vijf uur open is. De geur van vers brood vult de auto. Wat kan het leven goed zijn. Wim heeft gisteren Google Maps bestudeerd. Meestal is dat genoeg om ergens in één keer naar toe te rijden. Ik volg zijn capriolen met een half oog op de GPS.
'Shit,' klinkt het naast mij, 'verkeerde afslag.' Ik zie het pijltje inderdaad van Marseille af gaan, in plaats van er naar toe. Zo komen we er natuurlijk nooit. Dat is wat overdreven, want uiteindelijk belanden we, met een flinke omweg, toch op het vliegveld. Het is alleen een stuk later, maar als alles een beetje vlot gaat, moet ik het nog wel redden.
Bijna te laat
Ik ren door de vertrekhal en zie een bordje Amsterdam staan. Gelukkig heb ik alleen handbagage. Ik sluit aan bij de veel te lange rij voor de bagagecontrole, waar ook mijn ticket wordt gescand. Voor me staat iemand op haar gemak haar hele handtas leeg te halen op zoek naar 'liquids'.
Kon je dat niet thuis doen? mopper ik in mezelf. Eindelijk ben ik door de poortjes heen. Ik kiep alles met een noodgang weer in mijn tas en ren naar de gate. Gelukkig nog op tijd. Ik haal opgelucht adem. Tot ik nog eens beter naar de borden kijk. KLM staat daarop. Ik kan me niet voorstellen dat Easy Jet een gedeelde vlucht heeft met de KLM. Toch maar even navraag doen.
Bij de balie kijkt een medewerkster me stomverbaasd aan. 'Dit is inderdaad niet de goede gate. Het is zelfs niet het goede gebouw. Hoe komt u hier?'
'Gewoon lopend.'
'Bent u door de paspoortcontrole gegaan?'
'Ja.'
'Is uw ticket gecontroleerd?'
'Ja.'
'U kunt hier helemaal niet zijn met een Easy Jet ticket.'
'Dat kan wel. Ik ben er toch?'
'Hier moeten we de marechaussee bij halen.'
Het stikt overal van de marechaussee, dus in no-time komt er iemand naar me toe. Eindelijk iets te doen.
'Waar moet u naar toe?'
'Amsterdam, maar ik sta bij de verkeerde gate en ik zit zelfs in het verkeerde gebouw.'
'Hoe komt u dan in de beveiligde zone?'
Weet ik veel. 'Ik volg gewoon de aanwijzingen op de borden.'
'Bent u door de paspoortcontrole gegaan?'
'Ja.'
'Is uw ticket gecontroleerd?'
'Ja.'
'U kunt hier helemaal niet zijn met een Easy Jet ticket.'
Wat een stom spelletje. Ik heb gierende haast. Straks mis ik mijn vlucht nog.
'Hoe laat moet u vliegen?'
'Over twintig minuten gaat de gate dicht.'
'Dan bent u erg laat.'
Vertel eens iets nieuws, pruttel ik in mezelf.
Eindelijk komt er beweging in.
'Volgt u mij maar, dan breng ik u eerst buiten de beveiligde zone.'
Ik volg als een blind schaap mijn redder in nood, die met zijn pasje alle deuren geopend krijgt, en kom via allerlei gangetjes uiteindelijk weer in de vertrekhal terecht.
'Als u naar het volgende gebouw gaat, kunt u daar inchecken voor Easy Jet.'

Ik ren naar het volgende gebouw, waar het hele spelletje weer van voren af aan begint. Voor de paspoortcontrole staat opnieuw een een menigte van mensen in van die zigzag Efteling-rijen. Ik heb nog vijf minuten en doe iets wat ik heel mijn leven nog niet heb gedaan. Ik dring voor. Ik ga rechts uit de flank, negeer het zigzagprincipe en steven recht op mijn doel af. Het douanehokje. Het lukt wonderwel.
Hijgend sta ik voor het loket. De beambte schelt me de huid vol. Gelukkig versta ik hem niet, maar ik heb wel een idee waar het over gaat. Ik geef hem helemaal gelijk. Dat versnelt het proces. Gelukkig laat hij me door. Ik ren weer verder. Natuurlijk moet ik een van de laatste gates hebben. Ik vind een gesloten deur. Ik voel nog eens en nog eens, maar hij blijft dicht. Ik ren terug naar de vorige gate. Ze wijzen me een gang die ook naar de juiste gate gaat. Deze keer lukt het wel. De laatste passagier loopt net weg en ik kan nog net aansluiten.
Met een zucht van opluchting laat ik me in de stoel zakken. 'Welkom bij Easy Jet,' zegt de stewardess vriendelijk. Mijn tong hangt als een lap leer in mijn mond. Na hijgend kan ik nog net 'Dank je' uitbrengen.

Naast me zit een lieve Marokkaanse vrouw. Ze stalt al haar fruit uit op de lege stoel tussen ons in. Ik geef haar een afvalzakje voor de schillen van haar banaan. Zij biedt me een mandarijntje aan. Het is de lekkerste mandarijn die ik ooit heb gegeten. Hij verandert de lap leer in mijn mond weer in iets wat ik kan bewegen. We zitten gezellig samen te picknicken. In de verte hoor ik de stewardess haar waar aan de man brengen.
De enige foto die ik heb gemaakt
Myriam en Karin komen me ophalen. Zij staan bij de goede uitgang. Ik loop bij de verkeerde naar buiten. Vraag me niet hoe dat kan.
'Goede vlucht gehad mam?' begroeten ze me.
'Ja, hoor,' lieg ik.
We strijken neer bij Starbucks en zitten daar na een paar uur nog steeds te kletsen. Ik geniet van elke seconde.

En dan heb ik opeens weer een druk sociaal leven. Ik vind het heerlijk. Ik geniet van de verhalen, de levens waarin ik even mee mag kijken en de goede gesprekken. Ik voel me overal verschrikkelijk welkom. Het is zo fijn dat je het hele kennismaakgedeelte over kunt slaan en dat ik de weg weet. Ik snap zelfs het openbaar vervoer.
Ik slaap bij mijn ouders in Streefkerk en bij mijn schoonouders in Alblasserdam. Ik slaap bij Ben in Dordrecht, bij Myriam in Rotterdam en bij Karin in Leiden. Waar is de tijd gebleven dat we allemaal in één huis sliepen? Er zijn wel eens ochtenden waarop ik mezelf afvraag: 'Waar ben ik ook alweer?'
Ondertussen in Frankrijk
Zwager Edwin verblijdt de wegkwijnende echtgenoot met een bezoekje. Ze leven zich helemaal uit met fotograferen en eten. Heel veel eten.
ondertussen in Frankrijk









ondertussen in Frankrijk











ondertussen in Frankrijk











Ben en zijn Mirjam zijn bezig met de voorbereidingen van hun huwelijk. Mirjam is in Spanje met haar moeder al op trouwjurkenjacht geweest, maar er is in Nederland nog een jurk die ze gezien heeft en graag wil passen. Natuurlijk vind ik het leuk om mee te gaan. Heel leuk, zelfs.
Ook zoonlief moet nog een pak. Hij heeft een grenzeloos vertrouwen in de smaak van zijn oudste zus, dus die moet ook mee. Gelukkig is er nog een zaterdag vrij. Ze kwijt zich met veel verve van haar taak. Daar ben ik blij mee, want ik heb werkelijk geen idee wat mode is. Ik sta erbij en kijk ernaar. Wim is niet zo van de pakken.
Ondertussen in Frankrijk
De dames gaan naar Thailand, maar voor ze vertrekken, spreken we af om met elkaar te gaan eten. Het vereist wel wat organisatietalent. Ik zit bij oude vrienden te lunchen en bij te kletsen in Zwijndrecht, Ben studeert bij een vriend. Kleine Mirjam zit in Dordrecht. Grote Myriam zit bij een vriendin in Den Haag en Karin komt terug van een weekend met Navigators, de studentenvereniging.

Het begint goed. Ik krijg een appje van oudste dochter: 'Mam, ik heb een afslag gemist in Den Haag en zit nu in Leiden. Ik denk dat ik maar naar Karin's kamer ga en daar op haar wacht. Dan gaan we naar Rotterdam. Als jullie daar ook naartoe komen, dan spreken we daar iets af.
'Fijn plan.' Ben komt mij halen, samen rijden we naar Dordrecht waar we Mirjam ophalen en dan gaan we naar Rotterdam.
'Mam, ik ben met Karin onderweg naar Rotterdam, maar de V-snaar is gebroken. We staan nu op de wegenwacht te wachten, maar die zeggen dat het nog wel 1,5 uur kan duren. Volgens pappa kan het ook met een panty, maar we hebben allebei geen panty aan en we barsten van de honger. Weet je hoeveel fastfoodketens we net voorbij gereden zijn?'
Oudste dochter is op haar best bij onverwachtse dingen, dus de stemming zit er goed in.
'Die V-snaar is lastig, maar aan het hongerprobleem kunnen we wel iets doen. Waar sta je?'
Ze staan ergens in de buurt van de snelweg bij Delft.

Het rescue-team onder leiding van Ben stapt in zijn Up en we begeven ons naar de snelweg. Deze keer geen discussies over welk restaurant, maar over de fastfoodketen die het dichtst in de buurt is – de Burgerking in dit geval.
Daar ga ik met mijn preken over gezond eten, denk ik. Met zakken vol kleffe hamburgers arriveren we op de plaats des onheils. We treffen de dames in goede gezondheid aan, maar ze hebben het wel steenkoud. Met een beetje passen en meten passen we best wel met zijn vijven in de Up.
Het gezelschap eet met smaak.
'Eigenlijk wel gezellig, zo.'
'Best wel knus.'
'Lekker warm ook.'
'En die muziek is ook lekker.'
'Leuke tent, hoor.'
'Moeten we vaker doen.'
'Wil je mijn cola even op het dashboard zetten?'
'Ho, er vallen patatjes op de grond. Kunnen jullie erbij?'

Ons gezellige etentje wordt wreed verstoord door de ANWB. De dames hangen even later met de beste man over de motorkap gebogen en praten hem even bij over de V-snaar. Zoonlief heeft totaal geen interesse in de ingewanden van de auto en staart liever naar het mooie uiterlijk van zijn lief.
De dames komen terug en eten de rest van hun fastfood snel op. En dan wordt het even stil in het kleine autootje. We bidden voor de meiden dat ze een goede tijd in Thailand zullen hebben. Wat steun uit den Hoge is altijd welkom. Het ontroert me.
En dan gaan we allemaal weer ons weegs. Ben en Mirjam naar Dordrecht. Myriam naar Rotterdam en Karin en ik naar Leiden. Er moet morgen nog een kamer leeg gehaald worden.
ondertussen in Frankrijk
De volgende morgen ben ik al vroeg wakker. Ik wil voortvarend te werk gaan, maar zo werkt dat niet, volgens dochter.
'Mam, we doen rustig aan. Ik moet eerst nog naar het station om mijn fiets op te halen en dan nog even op ziekenbezoek. Oh, en Marijke komt vanmiddag mijn fiets halen, want die mag ze lenen. We gaan eerst rustig ontbijten.'
'Hoe oud is dat brood?' vraag ik als ik me door een droog stukje heen werk.
'Dat weet ik niet hoor, mam. Dat is het studentendieet.'
Ik krijg flashbacks – het komt me allemaal bekend voor. Ik zat toen alleen niet in de moederrol.
'Je hoeft niks te doen, hoor. Ik moet het toch allemaal zelf uitzoeken. Ik vind het wel heel gezellig dat je er bent. Mijn boeken zijn allemaal al beneden, dus het belangrijkste is gedaan.
Tegen de avond lukt het dan toch nog om haar kamer leeg te krijgen.

We moeten voor dag en dauw op om op tijd op Schiphol te zijn. Zelfs haar huisgenoten zijn vroeg opgestaan.
'I've never seen you wake up so early.' hoor ik dochter tegen een huisgenoot zeggen.
'Yes, I thought, let's try something new.'
Ondertussen breng ik de laatste spullen naar de kelder.
Wanneer we in de bus richting station zitten, zegt dochterlief: 'Mam, heb jij mijn dekbed ook opgeruimd?'
'Ja, dat moest toch?'
'Nee.'
'Oh.'
Er wordt heen en weer geappt en een huisgenoot krijgt de schone taak om tussen haar spullen naar het dekbed te zoeken.
A ship is safer in the harbour but is has to sail to be free
Op Schiphol staat Myriam met een rugzak klaar, waar de zwemvliezen vrolijk aan bungelen. Ze ziet me kijken en schiet in de lach. 'Dat komt wel goed hoor, mam.' Ze pasten er niet meer in.
De stemming is opperbest bij de dames. Ze vliegen via Moskou, want dat is leuk voor Karin. Dan kan ze nog even Russisch horen voor ze verder reizen naar Bangkok.
Ik zie twee mooie jonge meiden die op avontuur gaan. Ik ben trots op ze en hoop het droog te houden als ze straks verdwijnen. Natuurlijk lukt dat niet, maar dat geeft niet. Het is goed om ze los te laten. Als je hen vasthoudt, kunnen ze niet vliegen. Afscheid nemen hoort bij het leven en er zijn genoeg mogelijkheden om contact te houden.
ondertussen in Frankrijk

ondertussen in Frankrijk






De rest van de tijd vliegt voorbij. Schoonmoeder wordt geopereerd aan haar knie en schoonzus komt over uit de States om haar te helpen. Net een dag na mijn geplande vertrek. Ik verzet dus mijn vlucht, zodat ik haar nog even kan zien, want dat is ook alweer een jaar of drie geleden.
Had ik nou maar gewacht met boeken. Het verzetten kost net zoveel als de ticket zelf, maar het is leuk om elkaar na lange tijd weer te zien. De hulp is wel erg internationaal zo. Niet dat dat nodig is, want schoonmoeder racet alweer door de kamer.

Voor ik het weet, vlieg ik terug naar Marseille en ben ik weer terug in ons knusse oppashuis in de Provence. Het was fijn om in Nederland te zijn. Het is fijn om weer terug te zijn.
'We hebben een op maat gemaakt leven,' zeggen we tevreden tegen elkaar.
en gelukkig hebben we internet









dinsdag 10 januari 2017

Kunstenaars, stress en een verloving




 Blog 10

ochtendnevel
Er komt een klein blauw autootje aangereden. We kijken elkaar verbaasd aan. We zien nooit auto’s en zeker geen kleine blauwe exemplaren. Er stappen twee verwilderde dames uit.
‘We zijn compleet de weg kwijt’, melden ze.
We dachten al zoiets, knikken we begripvol.
‘Zijn jullie agrocultura?’ vragen ze.
‘Nee, we zijn Nespereira,’ antwoorden we. De dames zijn op zoek naar onze buren, waar ze onderdak geregeld hebben voor een groep kunstenaars, die binnenkort neerstrijkt om de diverse bevolkingsgroepen in het kleine dorpje te gaan verenigen. Volgend jaar verwachten ze 8000 arbeiders extra uit India en Nepal, om in de landbouw te komen werken. Ons dorpje Casa Nova da Cruz bestaat uit tien huizen en twee kroegen. Het dorpje verderop, Sao Teotónio, uit zo’n 5000 zielen. De grootste plaats, Odemira, heeft zo’n 26.000 inwoners. 8000 is dus best veel voor zo’n kleine gemeenschap. En ze hebben ons ook al. Ze zijn door de burgemeester van Odemira gevraagd om een dansproject op poten te zetten, met alle verschillende bevolkingsgroepen, om begrip te kweken voor elkaars verschillen en te delen in elkaars overeenkomsten. En dan komt het helemaal goed.
oefenen
















Het zijn verschrikkelijk aardige meiden, vol enthousiasme over het project. We worden er helemaal blij van. ‘Jullie wonen hier leuk. Jullie kunnen meedoen hoor,’ bieden ze bereidwillig aan. Ik zie ons nog geen pirouetjes draaien in het plaatselijke dorpshuis, dus we bedanken voor het genereuze aanbod.
‘We hebben ook nog een kok nodig, weten jullie iemand?’ Natuurlijk trap ik erin. Ze zijn aardig en we vinden het een leuk initiatief. Ik beloof een keer eten te koken. Wim brengt ze bij de buren via ons land, maar vergeet even dat dat met een 4x4 wat gemakkelijker gaat dan met een klein blauw autootje. Maar ze overleven het en komen veilig bij de buren aan.
rust en ruimte
Ondertussen loopt jongste dochter vast in het overdrukke en gestreste Nederland. Drie jaar hard leren, vier verhuizingen, Rusland, een thesis schrijven en dan ook nog koken, socializen, actief zijn in een studentenvereniging en natuurlijk ook nog een baantje erbij. Dat laatste is de druppel. Het batterijtje is even helemaal leeg. De psycholoog, is het goedbedoelde advies. Daar heb je medicijnen voor, zegt een ander. Gelukkig hebben wij een verstandige dochter en trekt ze aan de bel. ‘Niks pillen of een psycholoog, maar Portugal,’ roepen wij. Rust en ruimte is het devies. Gelukkig is het te regelen en heeft ze zelfs een collegevrije week. We halen haar op van Faro en ze moet verplicht twee weken niet nuttig zijn. Eten en drinken wordt geregeld. Na een dag neuriet ze en na twee dagen zingt ze. Zo simpel kan het soms zijn. Na twee weken kan ze er weer tegenaan.













Wij koken eten voor de groep kunstenaars. Het is de bedoeling dat we het komen brengen. Ze hebben borden en bestek. Wij grote pannen die we in het restaurant vinden. Het is jammer dat de helft vegetarisch is. Zonde van het eten.
Soep is niet het meest gemakkelijke om te vervoeren, maar we komen zonder tomatensoep op de bekleding bij de oefenruimte aan. Er staat een groep zigeuners, Indiërs en Nepalezen voor de deur te kletsen en we laveren er met onze pannen tussendoor. Boven gekomen belanden we in een ruimte waar wat tafels staan en rekken vol met kleding. Op de grond stapels potten, pannen, bamboe stokken en andere rekwisieten. Tussendoor liggen, zitten en staan dansers en danseressen aan elkaar te plukken. We worden begroet als lang verloren familieleden die opeens komen opdagen. Iedereen gaat bereidwillig op zoek naar borden en bestek. Het bestek lukt nog wel, maar waar die borden gebleven zijn? Niemand weet het. Daar sta ik dan met mijn grote pannen met soep, salade, rijst, chili con carne en chili zonder carne. Gelukkig verzint een heldere geest dat het ook wel in de halve liter Heineken bekers kan. Ik had me een iets andere voorstelling gemaakt van het diner. Leuk allemaal aan tafel, maar dat is niet helemaal 2016, vrees ik. Het heeft meer weg van een voedselkonvooi in een vluchtelingenkamp. Iedereen valt aan en vult zijn plastic beker met alles wat er voorradig is.
De choreografe en leidster van het gebeuren is een schat van een vrouw van een jaar of zestig. Ik bewonder haar energie en levenslust. Ze krijgt iedereen mee. Ze is langs de tuinderijen gegaan om te praten over deelname aan het project. Ze heeft een groep Indiërs, Nepalezen en zigeunerkinderen bij elkaar gekregen en zelfs de bewoners uit het plaatselijke bejaardencentrum worden niet gespaard. Het gemêleerde gezelschap wordt aangevuld met professionele dansers en muzikanten, die het project ook al in Lissabon hebben gedaan. We blijven kijken bij het oefenen. En nee, we doen niet mee, ook niet als we alleen maar dood hoeven te spelen. Als de Indiërs gaan dansen op Bollywoodmuziek, zitten we opeens met ons hoofd in Suriname. Het voelt heel vertrouwd aan.
Ik beloof nog een keer te koken, maar ‘dan komen jullie maar naar ons toe.’ Dat is wat handiger met de borden. We krijgen een flyer in onze handen gedrukt met de datums erop van de voorstellingen. Tot onze grote verbazing staat onze naam bij de sponsors. ‘Hebben we toch nog wat nuttigs gedaan in ons leven,’ zeggen we tevreden tegen elkaar.








waar blijft de lunch?










De voorstelling is een groot succes. Het project brengt veel toeschouwers op de been. Er ontstaat nog wat tumult bij de bejaarden. Als die niet stipt om 12 uur kunnen lunchen breekt er een opstand uit. Mopperend zitten ze in de auto. Ook met de Indiërs loopt het niet helemaal vlekkeloos. De choreografe heeft de beste dansers vooraan gezet, maar dat gaat zomaar niet, want nu staat iemand van een hoge kaste achteraan en die pikt dat niet. Ze houdt voet bij stuk en dat kost haar twaalf dansers. De zigeunerjongetjes hebben de tijd van hun leven. Ze dansen de benen uit hun lijf en krijgen voor het eerst van hun leven applaus en bewondering. Ze huilen als het afgelopen is. Ze worden weer teruggeduwd in hun oude rol van straatschoffies.
Myriam komt een lang weekend langs met haar nu ex-vriend. Het is het hele weekend verschrikkelijk weer. Na een lange droge zomer staan alle hemelsluizen open en stort het water naar beneden. Het riviertje is een rivier geworden en het watervalletje een waterval. Maar ook dat overleven we weer.
Na een week of twee melden de dochters dat ze een enkeltje Thailand hebben geboekt. Ik slaap een nacht niet vanwege alle mogelijke rampenscenario’s en dan stuur ik ze een appje: Geweldig! Ik ben trots op jullie. En dat ben ik. Een ander praat alleen maar over verre reizen en zij doen het gewoon.
Verder werken we ons te barsten op het landgoed. Alle huizen zijn inmiddels stofvrij en alle tuinen ontdaan van onkruid. Het zwembad is weer leeggepompt en schoongemaakt. Een lekkend dak gerepareerd en een kapotte ruit vervangen. 
nog even de tuin omspitten










We zijn net op tijd klaar voor vertrek naar een nieuwe housesit in de Provence, waar we vorig jaar ook geweest zijn. De eigenaresse in Londen is blij met ons en vraagt of we terug willen komen. En dat willen we wel. Mits het niet verkocht wordt, natuurlijk, maar we denken dat dat nog wel even duurt, gezien de vraagprijs van 12 miljoen. Verder spreken we af dat we eind mei de Porsche terug gaan brengen naar Londen. We offeren ons graag op.
We krijgen een berichtje van de nieuwe housesitters, die ons gaan vervangen. Paul en Michelle. Of het goed is dat ze wat eerder komen? Wij vinden het prima. Dan kunnen we oud en nieuw bij Robert en Renate in Zuid Spanje vieren, waar we ook meteen de auto kunnen laten keuren. Twee vliegen in één klap. Als dolenden hebben we al in geen tijden oud en nieuw gevierd zoals het hoort. Met oliebollen en champagne. Vorige jaar zaten we in een achenebbisj hotel op een industrieterrein in Arles. Dit jaar wordt anders. We hebben er zin in.

Ondertussen zijn Paul en Michelle gearriveerd. Hij een kapitein die schepen die niet altijd in even goede staat zijn aflevert over heel de wereld. Zij een studente uit Bermuda. Ze gaat af en toe mee aan boord. De laatste keer als kok, maar dat was niet zo’n succes, omdat ze niet kan koken. Gelukkig is ze keigoed in ontbijtjes en dat was haar redding. Het is een leuk stel en we hebben veel plezier met elkaar. Michelle heeft al eerder opgepast en praat ons helemaal bij. We horen een hoop sappige details. Het leven van een housesitter is soms best enerverend, vinden we. Zo hebben zij op Lama’s gepast die ziek waren. Toen er een dood ging, wilde de eigenaar dat hij weggebracht werd voor onderzoek. Hij paste niet in de auto dus toen zijn ze met de achterklep open en poten eruit met het kadaver naar de kliniek gereden. En verder alle ramen open vanwege de lucht. Het leverde wel wat aandacht op van medeweggebruikers.

We brengen nog een bezoekje aan onze Portugese tandarts die een Duitser blijkt te zijn en Engels spreekt. Wim hoeft niks te betalen, want hij heeft geen gaatjes. We zijn met stomheid geslagen. We komen zeker terug als we weer in Portugal zijn, zeggen we blij. We kopen een trui voor Wim omdat het in Frankrijk een stuk kouder is. Hij staat me goed.
kurkbomen
 En zo kuieren we op ons gemak door de groene dalen van Portugal. De kurkbomen gaan over in olijfboomgaarden en die worden weer afgewisseld door wijngaarden. Het is fijn om weer onderweg te zijn. We wentelen ons in de vrijheid die we hebben en zijn dankbaar voor ons ongecompliceerde leventje. Hoewel we ons eigenlijk wel wat zorgen moeten maken, omdat Wim nog geen nieuwe vertaalopdracht heeft, maar op de een of andere manier lukt dat niet. We vergeten er regelmatig voor te bidden. Zijn we nou onverantwoord of naïef, of zitten we zwaar in de ontkenningsfase? Ik weet het niet. Ik hoef het ook niet te weten. God heeft tot nu toe altijd voor ons gezorgd, dus zolang we eten en drinken hebben, hoeven we ons geen zorgen te maken.
een vogeltje in het veld
Nou, eten en drinken is er genoeg. Als we bij Robbert en Renate aankomen, staan de gourmet, de oliebollen en de champagne al klaar. Halverwege de avond krijgen we een foto en een blij appje. ‘She Said Yes! Onze Ben heeft hun Mirjam ten huwelijk gevraagd in Parijs. Alles is tot in de puntjes voorbereid. Het is en blijft natuurlijk een accountant. Ook de zussen en vriend Ted zitten in het complot. Dat worden zware onderhandelingen tussen beide vaders. Haar waarde gaat ons vermogen ver te boven, maar daar komen we wel uit. 
oud en nieuw in Parijs












Het blijft een bijzonder verhaal. Ooit gingen we naar dezelfde kerk met onze gezinnen en zaten Ben en Mirjam op dezelfde school. Allebei gingen we emigreren. Wij naar Suriname en zij naar Spanje. Ben ging naar Nederland om te studeren en kwam bij Rika en Peter met hun grote hart en hun grote huis terecht, waar hij een kamer kon huren. Een paar jaar later kwam Mirjam daar ook terecht, zonder dat ze dat van elkaar wisten. Samen met Rika hadden we een hoop voorpret. Wij zagen daar wel wat opbloeien. Helaas kan Rika het niet meer meemaken, omdat ze alweer een jaar geleden overleden is, maar dankzij haar grote hart en haar grote huis hebben onze kinderen elkaar gevonden. Ze passen zo goed bij elkaar, hebben dezelfde geschiedenis, houden van dezelfde God. Brengen het beste in elkaar boven. Halleluja. Onze zegen hebben ze.

Het is een prachtig begin van 2017

video
Nog even een toegift. De paarden hadden de buren op bezoek.