vrijdag 28 juli 2017

Er was eens ...

Er was eens …

Na een drukke periode in Nederland, waarin we in theorie ons huis verkocht hebben en we een hele leuke ontmoeting hadden met de uitgever voor mijn boek over Suriname, komen we weer in Portugal aan.
We storten ons vol overgave op de tuin. In verband met de hitte staan we ‘s ochtends om 6 uur al onkruid te wieden. De opkomende zon, de stilte en de weldadige ochtendkoelte maken veel goed.
Onze altijd weer verrassende en wispelturige eigenaresse heeft zich weer eens bedacht. De Porsche hoeft niet naar Londen. Hij is te groot voor de stad en het stuur zit aan het verkeerde kant. Ze heeft absoluut een punt en het komt ons ook wel goed uit. Het scheelt een hoop tijd.













We krijgen een appje van haar. ‘Of we weten dat haar zoon en vriendin rond de lunch arriveren, om vakantie te houden.’ Nee, dat weten we niet. Niet dat dat wat uitmaakt, overigens. Ik flans een best wel verantwoorde lunch in elkaar, al zeg ik het zelf. Maar alles wat er langskomt, geen zoon en geen vriendin. ‘Oh,’ zegt onze eigenaresse, ‘misschien is het wel vannacht om 12 uur en heb ik mij vergist.’ Dat zou zomaar kunnen. Half twee ‘s nachts arriveert het spul. We sluiten hen in de armen. Het zijn lieverds. We voorzien hen van eten en drinken, en adopteren ze voor een week.
De adoptie bevalt goed en het is gezellig met elkaar. We leren een hoop over de financiële wereld waarin ze werkzaam zijn en we zijn blij dat we van die simpele fonsen zijn.
De eigenaresse heeft nog een verrassing in petto, de avond voor we vertrekken, wanneer we al aan het inpakken zijn. Er komen belangstellenden voor het huis logeren. Zoonlief en vriendin maken het privé-gedeelte schoon, maar dat vindt de eigenaresse weer te privé, dus moeten ze in ons gedeelte, waar inmiddels onze Italiaanse vervangster zit, die dan weer moet verhuizen naar een ander gedeelte. Wij wensen onze Italiaanse schone veel succes.

En dan zijn we op weg naar het sprookjeshuwelijk in Spanje. De weg is lang, de zon is fel en de temperaturen lopen hoog op in het Fordje. Hij is nog van voor de airco. Buiten is het 40 graden, binnen nog warmer. We kiepen water over ons heen om de hoofden koel te houden.
We halen Spanje, krijgen ruzie als we op het pad van onze vrienden Robbert en Renate staan, tevens ouders van de bruid, waardoor de temperaturen nog hoger oplopen, en gaan nog maar een rondje rijden om weer af te koelen. Het duurt wel een paar rondjes voordat de gemoederen weer gesust zijn en ik weer een beetje toonbaar ben. Leve de zonnebril.
We hebben via Robbert en Renate een prachtig huis voor tien personen kunnen huren. Het is een plaatje. De komende dagen zal het gevuld worden met kinderen en vrienden van het bruidspaar, en transformeren wij tot jeugdherbergouders. Een rol die we met veel plezier vervullen.




















Het geliefde stel is ondertussen in Nederland burgerlijk getrouwd, op de goedkoopste manier. In dit geval op het gemeentehuis in Hendrik Ido Ambacht, in bijzijn van de getuigen: vriend Ted, zus Myriam, zus Karin en zus Anne. Het hele gebeuren ging bijna niet door, omdat ze nog geen papieren hadden opgestuurd. Gelukkig kwamen ze daar op het laatste moment achter. Maar de blauwe servetten met bijpassende flessen water en de sfeervolle lampjes zijn perfect geregeld.
Het zal de ambtenaar nog lang heugen.
‘Ouders van de bruid?’ Ze kijkt een beetje vragend rond.
‘Die zijn er niet.’
‘Ouders van de bruidegom? Hmm, ook niet aanwezig.’
‘Nee, dat klopt.’
Wat een vreemd spul. Ze houdt even een kort praatje en vertelt dat de documenten opgeslagen worden in een bunker. Anne schiet in de lach, sleept de rest mee en het wordt een dolle boel.
‘Of ze nog een trouwboekje willen?’ Daar moet wel extra voor worden betaald.
‘Heb je daar wat aan?’ vraagt het bruidspaar.
‘Je hebt het niet echt nodig.’
‘Nou, doe dan maar niet.’
‘Jullie kunnen wel een copy krijgen, maar dat kost 6 euro.’
‘Die hoeven we dan ook niet.’
‘Had ik dat geweten,’ moppert vriend Ted, ‘dan had ik nog even een foto gemaakt.’
Na dit enerverende moment, waarbij meneer en mevrouw Keesmaat in de echt verbonden zijn, vertrekt het gezelschap richting villa Augustus voor een welverdiende lunch.
Voor Mirjam en Ben is het kerkelijke gedeelte veel belangrijker en vinden ze de Zegen van God noodzakelijker dan het krabbeltje van de ambtenaar.
Ben, Mirjam, Myriam, Karin en Ted vertrekken met de auto richting Spanje. Anne en Kevin gaan vliegen. Het moet een soort bachelor roadtrip worden.



We zien foto’s langskomen waarin onze dochters door een vuur heen springen. Wij denken dat het een nep foto is, maar het is echt. Het blijkt een soort achterlijk gebruik te zijn op een dorpsfeest. ‘Als moeders met kleine kinderen door het vuur heen springen, kunnen wij dat ook wel,’ vinden de dochters. Wij vinden van niet, maar daar hebben ze natuurlijk maling aan. Het bruidspaar is gelukkig iets voorzichtiger. Zoonlief heeft nog wel verzonnen dat ze zo de dorpsfontein in kunnen als het project niet slaagt. Op wat verbrande armhaartjes na, komen ze er zonder kleerscheuren doorheen. Wij zijn blij als het spul veilig en wel in Spanje aankomt.
schoenen kopen
bbq
 
nog meer eten
Er volgt een week van plezier, uitrusten, zwemmen, regelen voor het feest, nog meer regelen voor het feest, gasten ophalen bij de bus, eten, nog meer eten, en vaak bbq-en. En natuurlijk moet de halve familie nog schoenen en de ene dochter nog een jurk. Maar het komt allemaal goed.
Een dag voor de grote dag gaan we picknicken bij de zee. Robbert en Renate hebben een grote pan paella geregeld. We zijn opeens in een filmdecor beland. De Middellandse zee met alle schakeringen blauw, de tafels met witte tafelkleden, de fonkelende wijn, salades, de goudgele Paella, het gelach van de gasten, de prachtige aanstaande bruid met haar mooie rode jurkje – het is een sprookje. En dan is dit nog maar het begin, nog niet eens de echte dag. Nog zonder blauwe servetten, bijpassende flessen water en sfeervolle lampjes, zeg maar.
Wim doet een fotoshoot met het aanstaande bruidspaar, met de welwillende assistentie van broer Maarten als lichtman. We kletsen, we lachen, we zwemmen, we verbranden, Renate en ik kijken zorgelijk naar onze buikplooien, maar dat mag de pret niet drukken en we hebben het vooral heel leuk met elkaar.


















En dan volgt de grote dag …

Er is iets met blauwe wasverzachter en een trouwjurk die voor de bruiloft al naar de stomerij moet, maar daar mogen we niet over praten. Gelukkig komt er een smetteloze jurk terug en is er een moeder van de bruid die de bezorgdame spontaan een zoen geeft. De opluchting is groot. Het feest kan beginnen.
Dochter Myriam vertrekt al vroeg naar de bruid voor de make-up. Bij Etihad heeft ze goed leren smeren. Moeder Renate verzorgt het haar. Het is een goed team en het resultaat is oogverblindend.
Ondertussen proberen wij Ben met vereende krachten in het pak te hijsen. Gelukkig is er internet en worden strop en pochet vakkundig geïnstalleerd. Al zeg ik het zelf. Het is goed gelukt. Zoonlief mag er zijn. Myriam heeft een avond daarvoor het overhemd al gestreken. Na tien jaar zonder strijkplank, ben ik de techniek volledig kwijt.

Wij vertrekken met de bruidegom naar het huis van de bruid. En daar staat hij, onze zoon, in de tuin, onder aan de trap, op zijn bruid te wachten. Gisteren lag hij nog in de wieg en vandaag staat er een volwassen man. Ik let op zijn gezicht als Mirjam de trap af komt schrijden. De emoties schieten heen en weer. Ik zie ontroering, liefde en bewondering als hij haar in de armen sluit en ik pink een traantje weg. Het moment is perfect. Zo moet het zijn, Zo is het bedoeld. Een man en een vrouw. Allebei elkaars eerste liefde. Het is zuiver. Het is mooi. Dit is geluk. Het moment zal voor altijd op mijn netvlies gebrand blijven staan Ik zie zijn zussen, die zo blij zijn voor hem.
Ik zie Wim balanceren op een trap, om mooie beelden te schieten. Ik zie de twee gezinnen die zo verbonden zijn met elkaar, eenzelfde geschiedenis delen en dezelfde God hebben. Ik zie de ontroering bij iedereen en zucht een keer heel diep.
Het jonge geluk vertrekt met Karin en fotografe naar het strand voor een fotoshoot en wij gaan weer richting huis, waar oudste dochter een poging zal wagen om ons nog een beetje toonbaar te krijgen. Wim heeft nog een jasje van Robbert kunnen regelen. En er zijn speciaal voor deze gelegenheid twee overhemden aangeschaft. Ik heb een diepte-investering gedaan met een nieuwe jurk. Die moet nog minstens drie bruiloften mee. Myriam zal de boel aan elkaar praten en regelen. Zij en Ben’s vriend Ted houden overzicht en Ted stelt belangeloos zijn fotografische geheugen ter beschikking en rent en rijdt de hele dag heen en weer om alles in goede banen te leiden.
Om half vier verzamelt het hele zootje zich bij Robbert en Renate in de tuin, waar alles klaargezet wordt voor de ceremonie. De tuin is een plaatje. De bloemen, de boog, de parasols, het uitzicht op de zee. Het vormt een perfect decor voor de huwelijksvoltrekking.
Eindelijk zit het hele spul. De voorganger heeft gevraagd of Robbert en Renate de bruidegom willen zegenen en of wij de bruid willen zegenen, voordat hij het huwelijk inzegent. Het is een mooi symbolisch gebaar.
Ben heeft zelf de muziek gemaakt voor het moment waarop de vader van de bruid met zijn dochter aan komt lopen. Het is een mooi moment. Ben en Mirjam dragen hun huwelijk op aan hun hemelse Vader en vragen hem om hen te zegenen, zodat het wordt zoals hij het heeft bedoeld. Hij heeft het tenslotte verzonnen.
Renate en ik delen gezusterlijk een Kleenex, omdat de grootverpakking nog in de keuken staat.
















De bruidstaart is vervangen door nacho chips. En het diner wordt een bbq. Gelukkig komen daar professionals voor. Beter voor ons en beter voor het algemene welbevinden van de gasten.
De tafel is zeer verantwoord gedekt met mooie blauwe servetten, bijpassende (blauwe) flessen water en sfeervolle lampjes.
Het geheel kan zo in een glossy. En wij altijd maar denken dat dat soort tafereeltjes nep is.
Wij nuttigen de maaltijd en kletsen gezellig met elkaar. Er wordt nog wat gedanst en Ben zingt een liedje voor zijn bruid. Ik zie de dames zwijmelen en de heren denken: ‘Shit, straks verwacht ze dat ook van mij.’ En dan vertrekken we nog even met het hele gezelschap naar het strand voor wat vuurwerk en sterretjes. Het is een knallend einde van een perfecte dag.
We zwaaien het echtpaar uit. Zij vertrekken naar hun hotel en wij gaan nog even nagenieten.
‘Today is my favourite day,’ zou Pooh zeggen. Pooh heeft gelijk.

dinsdag 11 april 2017

Sommige mensen houden van tuinieren. Ik niet.

Blog 12

We krijgen het de komende tijd druk. In elk geval in onze beleving. De nabije toekomst hangt een beetje als een wolk aan de horizon, die langzaam dichterbij komt.
Zo dramatisch is het nou ook weer niet
Onze huurders vertrekken eind april naar Curaçao. We willen eigenlijk het huis niet leeg laten staan, dus we moeten misschien wel naar Suriname. Gelukkig zijn er serieuze gegadigden, maar gegadigd is nog niet gekocht. We zijn druk bezig met dingen uitzoeken in verband met de overdracht van de grondhuur. Gelukkig krijgen we assistentie van onze geliefde huurders, die voor ons van het kastje naar de muur gaan. De wegen van de Surinaamse overheid zijn soms wat ondoorgrondelijk. Die van ons waarschijnlijk ook.
En we willen ook nog naar Spanje om vrienden te helpen.
En we moeten 1 juni weer in Portugal zijn om daar verder te gaan met housesitten.
En we hebben de eigenaresse ook nog beloofd om haar Porsche naar Londen te brengen.
En Ben en Mirjam gaan 30 juni trouwen in Spanje en ze hebben ook nog een receptie in Nederland.
En hoe moet dat nou? We krijgen het maar niet op een rijtje.
Ik krijg een appje: ‘Vervelen jullie je nog niet in die stille Provence?’
die stille Provence
In de tuin werken schijnt heel rustgevend te zijn, dus begeef ik me naar de tuin. Ik ben niet gezegend met groene vingers en dat rustgevende heb ik nog niet ontdekt. Het is voor mij meer een klus op een things-to-do-lijstje. Soms spreid ik het werk uit over meerdere regels, zoals: bladeren harken, bladeren oprapen, bladeren weggooien. Onkruid weghalen in de tuin, onkruid weghalen op het terras en onkruid weghalen tussen het grind, want dan kun je lekker veel doorstrepen.
Maar zover is het nog niet. Nog lang niet.
leve de vooruitgang
Er staat een bladerzuiger in de schuur, hoor,’ zegt mijn echtgenoot. Ik heb een diepgewortelde antipathie tegen alles wat elektrisch wordt aangedreven. Er zitten ook altijd te veel knopjes op. Ik snap nooit hoe zo’n apparaat werkt en al helemaal niet het systeem dat erachter zit of de intentie van de ontwerper. De beste man of vrouw is vast gezegend met een hoop intelligentie, maar dat is ten koste gegaan van praktisch inzicht, en stiekem heeft hij/zij vrijwel zeker een hekel aan tuinieren.
Is het nou een bladerzuiger of een bladerblazer? Dat weet ik pas als ik hem aanzet. Ik hou mezelf voor dat er niks aan de hand is zolang ik de stekker niet in het stopcontact steek.
Ik sluip behoedzaam dichterbij en haal alles uit de verpakking. Op de doos staat een vrolijke man in een smetteloos witte polo intens gelukkig zijn bladerloze gazon te ontbladeren. De kinderen dartelen er vrolijk omheen en zijn vrouw zit in een mooie jurk – alsof ze net naar een feest is geweest – op het terras een kopje koffie te drinken terwijl ze haar held bewonderend aankijkt.

Het staat in schril contrast met mijn eigen held. Die loopt in een groen, versleten shirt als een zombie fazanten te filmen. De witte shirts hebben we jaren geleden al verbannen.
Ik zie geen enkele gelijkenis met mezelf en het tafereeltje op de doos. Ik sta met een hele hoop onderdelen hulpeloos naar het apparaat te staren. Eindelijk heb ik iets in elkaar gepuzzeld en nu komt het moment suprême. Het stopcontact. Waar is de stekker? Ik zie een zielig snoertje van twintig centimeter waar het gezochte attribuut aan bungelt. Hoe kun je nou met een draad van 20 cm een tuin doen? Daar heeft de vrolijke meneer van de verpakking natuurlijk ook niet aan gedacht.
Echtgenoot komt even kijken wat ik toch allemaal in dat schuurtje uitspook. Bij tijd en wijle is hij best coöperatief. Er moet een verlengsnoer komen, zegt hij deskundig. Hij vist een verlengsnoer uit de doos met het smetteloze gezin erop. Ik kan nu tien meter het terras op. Net niet ver genoeg om de tuin te bereiken. Aan het verlengsnoer moet dus ook nog een katrol komen.
Eindelijk gaat het dan toch nog gebeuren.
Vergeet je gehoorbescherming niet,’ zegt echtgenoot terloops, ‘anders word je doof.’ Ik sta met mijn handen vol, maar gelukkig is mijn lief niet te beroerd om te helpen. Er ontstaat een soort gezegende doofheid. Best prettig eigenlijk, zo’n ding. Ik wurm een soort riem om mijn schouder, met een opvangzak voor de bladeren eraan. Als een soort marsmannetje probeer ik het einde van de tuin te bereiken. En dan kan het feest beginnen.

Na drie minuten zit het hele spul verstopt. Behalve bladeren zuigt hij ook takjes en andere ongerechtigheden op. Na drie kwartier geworstel geef ik het op. De ontwerper mag wat mij betreft opgenomen worden in een gesticht. Ik pak een hark, prop de hele handel in een zak en kiep die leeg op de daarvoor bestemde plaats. Eigenlijk valt het best mee. Het is helemaal niet zoveel werk.
Maar die gehoorbescherming hou ik op. Lekker rustig. Tuinieren is goed voor je hoofd. Enthousiast streep ik mijn halve things-to-do lijstje af.


Of ik verder nog iets doe, in Barjol? Best wel. Ik heb ein-de-lijk mijn boek over Suriname af. Ik twijfel of ik het zal opsturen naar een uitgeverij. Niet dat je er veel aan overhoudt, maar een uitgever is natuurlijk wel echter en er wordt tenminste met een professionele blik naar gekeken. En ze hebben een netwerk dat ik niet heb.
Ik stuur het manuscript naar drie uitgevers, anders krijg je zoveel afwijzingen en daar word je weer depressief van. Eigenlijk ben ik gewoon een schijtert en ben ik bang dat het niet goed genoeg is, maar soms moet je eenvoudigweg iets wagen.
Er is een uitgever die heel snel reageert. Hij is enthousiast en daar word ik nog enthousiaster van. Dit is een langgekoesterde droom.

Of we een afspraak kunnen maken. Natuurlijk, meneer de Uitgever, we komen eraan. Maar eerst nog even naar Spanje, Portugal en Londen. We kijken elkaar grijnzend aan. Okay, ons leventje is af en toe wat chaotisch, maar het blijft een gaaf leven. (voor livebeelden zie: kopje Vlog)
















donderdag 2 maart 2017

Afscheid

Blog 11



'Als je een boek erbij hebt om te vertalen, ga ik toch nog even naar Nederland,' roep ik stoer, terwijl ik naar mijn scherm staar om te kijken of er goedkope tickets zijn. Bij de uitgeverij werken een paar lieverds die met ons meedenken. Ze hebben over twee weken waarschijnlijk een thriller, maar er moeten nog wat contracten worden getekend. Dat is nog niet echt, vind ik. Ik houd graag een slag om de arm. Ik vind het fijn om naar Nederland te gaan, maar tegelijkertijd zie ik er ook altijd een beetje tegenop.
Een dag later krijgt mijn lief bericht dat ze nog een boek hebben, waar hij meteen aan kan beginnen. 'Halleluja,' zullen we maar zeggen. We zijn voorlopig weer onder de pannen. We zijn dankbaar. Ik regel een goedkope ticket. Het is deze keer zelfs een retourticket. Ik hou er niet van om me al zo lang van te voren vast te leggen, maar de prijs is goed, dus boek ik maar. Ik vlieg over drie dagen.
Marseille (foto:Ed)
We vertrekken idioot vroeg, want het is prettig om op tijd te zijn. Ons Fordje pruttelt tevreden wanneer we ons naar Marseille begeven. We halen nog even warme croissantjes bij de bakker, die al vanaf vijf uur open is. De geur van vers brood vult de auto. Wat kan het leven goed zijn. Wim heeft gisteren Google Maps bestudeerd. Meestal is dat genoeg om ergens in één keer naar toe te rijden. Ik volg zijn capriolen met een half oog op de GPS.
'Shit,' klinkt het naast mij, 'verkeerde afslag.' Ik zie het pijltje inderdaad van Marseille af gaan, in plaats van er naar toe. Zo komen we er natuurlijk nooit. Dat is wat overdreven, want uiteindelijk belanden we, met een flinke omweg, toch op het vliegveld. Het is alleen een stuk later, maar als alles een beetje vlot gaat, moet ik het nog wel redden.
Bijna te laat
Ik ren door de vertrekhal en zie een bordje Amsterdam staan. Gelukkig heb ik alleen handbagage. Ik sluit aan bij de veel te lange rij voor de bagagecontrole, waar ook mijn ticket wordt gescand. Voor me staat iemand op haar gemak haar hele handtas leeg te halen op zoek naar 'liquids'.
Kon je dat niet thuis doen? mopper ik in mezelf. Eindelijk ben ik door de poortjes heen. Ik kiep alles met een noodgang weer in mijn tas en ren naar de gate. Gelukkig nog op tijd. Ik haal opgelucht adem. Tot ik nog eens beter naar de borden kijk. KLM staat daarop. Ik kan me niet voorstellen dat Easy Jet een gedeelde vlucht heeft met de KLM. Toch maar even navraag doen.
Bij de balie kijkt een medewerkster me stomverbaasd aan. 'Dit is inderdaad niet de goede gate. Het is zelfs niet het goede gebouw. Hoe komt u hier?'
'Gewoon lopend.'
'Bent u door de paspoortcontrole gegaan?'
'Ja.'
'Is uw ticket gecontroleerd?'
'Ja.'
'U kunt hier helemaal niet zijn met een Easy Jet ticket.'
'Dat kan wel. Ik ben er toch?'
'Hier moeten we de marechaussee bij halen.'
Het stikt overal van de marechaussee, dus in no-time komt er iemand naar me toe. Eindelijk iets te doen.
'Waar moet u naar toe?'
'Amsterdam, maar ik sta bij de verkeerde gate en ik zit zelfs in het verkeerde gebouw.'
'Hoe komt u dan in de beveiligde zone?'
Weet ik veel. 'Ik volg gewoon de aanwijzingen op de borden.'
'Bent u door de paspoortcontrole gegaan?'
'Ja.'
'Is uw ticket gecontroleerd?'
'Ja.'
'U kunt hier helemaal niet zijn met een Easy Jet ticket.'
Wat een stom spelletje. Ik heb gierende haast. Straks mis ik mijn vlucht nog.
'Hoe laat moet u vliegen?'
'Over twintig minuten gaat de gate dicht.'
'Dan bent u erg laat.'
Vertel eens iets nieuws, pruttel ik in mezelf.
Eindelijk komt er beweging in.
'Volgt u mij maar, dan breng ik u eerst buiten de beveiligde zone.'
Ik volg als een blind schaap mijn redder in nood, die met zijn pasje alle deuren geopend krijgt, en kom via allerlei gangetjes uiteindelijk weer in de vertrekhal terecht.
'Als u naar het volgende gebouw gaat, kunt u daar inchecken voor Easy Jet.'

Ik ren naar het volgende gebouw, waar het hele spelletje weer van voren af aan begint. Voor de paspoortcontrole staat opnieuw een een menigte van mensen in van die zigzag Efteling-rijen. Ik heb nog vijf minuten en doe iets wat ik heel mijn leven nog niet heb gedaan. Ik dring voor. Ik ga rechts uit de flank, negeer het zigzagprincipe en steven recht op mijn doel af. Het douanehokje. Het lukt wonderwel.
Hijgend sta ik voor het loket. De beambte schelt me de huid vol. Gelukkig versta ik hem niet, maar ik heb wel een idee waar het over gaat. Ik geef hem helemaal gelijk. Dat versnelt het proces. Gelukkig laat hij me door. Ik ren weer verder. Natuurlijk moet ik een van de laatste gates hebben. Ik vind een gesloten deur. Ik voel nog eens en nog eens, maar hij blijft dicht. Ik ren terug naar de vorige gate. Ze wijzen me een gang die ook naar de juiste gate gaat. Deze keer lukt het wel. De laatste passagier loopt net weg en ik kan nog net aansluiten.
Met een zucht van opluchting laat ik me in de stoel zakken. 'Welkom bij Easy Jet,' zegt de stewardess vriendelijk. Mijn tong hangt als een lap leer in mijn mond. Na hijgend kan ik nog net 'Dank je' uitbrengen.

Naast me zit een lieve Marokkaanse vrouw. Ze stalt al haar fruit uit op de lege stoel tussen ons in. Ik geef haar een afvalzakje voor de schillen van haar banaan. Zij biedt me een mandarijntje aan. Het is de lekkerste mandarijn die ik ooit heb gegeten. Hij verandert de lap leer in mijn mond weer in iets wat ik kan bewegen. We zitten gezellig samen te picknicken. In de verte hoor ik de stewardess haar waar aan de man brengen.
De enige foto die ik heb gemaakt
Myriam en Karin komen me ophalen. Zij staan bij de goede uitgang. Ik loop bij de verkeerde naar buiten. Vraag me niet hoe dat kan.
'Goede vlucht gehad mam?' begroeten ze me.
'Ja, hoor,' lieg ik.
We strijken neer bij Starbucks en zitten daar na een paar uur nog steeds te kletsen. Ik geniet van elke seconde.

En dan heb ik opeens weer een druk sociaal leven. Ik vind het heerlijk. Ik geniet van de verhalen, de levens waarin ik even mee mag kijken en de goede gesprekken. Ik voel me overal verschrikkelijk welkom. Het is zo fijn dat je het hele kennismaakgedeelte over kunt slaan en dat ik de weg weet. Ik snap zelfs het openbaar vervoer.
Ik slaap bij mijn ouders in Streefkerk en bij mijn schoonouders in Alblasserdam. Ik slaap bij Ben in Dordrecht, bij Myriam in Rotterdam en bij Karin in Leiden. Waar is de tijd gebleven dat we allemaal in één huis sliepen? Er zijn wel eens ochtenden waarop ik mezelf afvraag: 'Waar ben ik ook alweer?'
Ondertussen in Frankrijk
Zwager Edwin verblijdt de wegkwijnende echtgenoot met een bezoekje. Ze leven zich helemaal uit met fotograferen en eten. Heel veel eten.
ondertussen in Frankrijk









ondertussen in Frankrijk











ondertussen in Frankrijk











Ben en zijn Mirjam zijn bezig met de voorbereidingen van hun huwelijk. Mirjam is in Spanje met haar moeder al op trouwjurkenjacht geweest, maar er is in Nederland nog een jurk die ze gezien heeft en graag wil passen. Natuurlijk vind ik het leuk om mee te gaan. Heel leuk, zelfs.
Ook zoonlief moet nog een pak. Hij heeft een grenzeloos vertrouwen in de smaak van zijn oudste zus, dus die moet ook mee. Gelukkig is er nog een zaterdag vrij. Ze kwijt zich met veel verve van haar taak. Daar ben ik blij mee, want ik heb werkelijk geen idee wat mode is. Ik sta erbij en kijk ernaar. Wim is niet zo van de pakken.
Ondertussen in Frankrijk
De dames gaan naar Thailand, maar voor ze vertrekken, spreken we af om met elkaar te gaan eten. Het vereist wel wat organisatietalent. Ik zit bij oude vrienden te lunchen en bij te kletsen in Zwijndrecht, Ben studeert bij een vriend. Kleine Mirjam zit in Dordrecht. Grote Myriam zit bij een vriendin in Den Haag en Karin komt terug van een weekend met Navigators, de studentenvereniging.

Het begint goed. Ik krijg een appje van oudste dochter: 'Mam, ik heb een afslag gemist in Den Haag en zit nu in Leiden. Ik denk dat ik maar naar Karin's kamer ga en daar op haar wacht. Dan gaan we naar Rotterdam. Als jullie daar ook naartoe komen, dan spreken we daar iets af.
'Fijn plan.' Ben komt mij halen, samen rijden we naar Dordrecht waar we Mirjam ophalen en dan gaan we naar Rotterdam.
'Mam, ik ben met Karin onderweg naar Rotterdam, maar de V-snaar is gebroken. We staan nu op de wegenwacht te wachten, maar die zeggen dat het nog wel 1,5 uur kan duren. Volgens pappa kan het ook met een panty, maar we hebben allebei geen panty aan en we barsten van de honger. Weet je hoeveel fastfoodketens we net voorbij gereden zijn?'
Oudste dochter is op haar best bij onverwachtse dingen, dus de stemming zit er goed in.
'Die V-snaar is lastig, maar aan het hongerprobleem kunnen we wel iets doen. Waar sta je?'
Ze staan ergens in de buurt van de snelweg bij Delft.

Het rescue-team onder leiding van Ben stapt in zijn Up en we begeven ons naar de snelweg. Deze keer geen discussies over welk restaurant, maar over de fastfoodketen die het dichtst in de buurt is – de Burgerking in dit geval.
Daar ga ik met mijn preken over gezond eten, denk ik. Met zakken vol kleffe hamburgers arriveren we op de plaats des onheils. We treffen de dames in goede gezondheid aan, maar ze hebben het wel steenkoud. Met een beetje passen en meten passen we best wel met zijn vijven in de Up.
Het gezelschap eet met smaak.
'Eigenlijk wel gezellig, zo.'
'Best wel knus.'
'Lekker warm ook.'
'En die muziek is ook lekker.'
'Leuke tent, hoor.'
'Moeten we vaker doen.'
'Wil je mijn cola even op het dashboard zetten?'
'Ho, er vallen patatjes op de grond. Kunnen jullie erbij?'

Ons gezellige etentje wordt wreed verstoord door de ANWB. De dames hangen even later met de beste man over de motorkap gebogen en praten hem even bij over de V-snaar. Zoonlief heeft totaal geen interesse in de ingewanden van de auto en staart liever naar het mooie uiterlijk van zijn lief.
De dames komen terug en eten de rest van hun fastfood snel op. En dan wordt het even stil in het kleine autootje. We bidden voor de meiden dat ze een goede tijd in Thailand zullen hebben. Wat steun uit den Hoge is altijd welkom. Het ontroert me.
En dan gaan we allemaal weer ons weegs. Ben en Mirjam naar Dordrecht. Myriam naar Rotterdam en Karin en ik naar Leiden. Er moet morgen nog een kamer leeg gehaald worden.
ondertussen in Frankrijk
De volgende morgen ben ik al vroeg wakker. Ik wil voortvarend te werk gaan, maar zo werkt dat niet, volgens dochter.
'Mam, we doen rustig aan. Ik moet eerst nog naar het station om mijn fiets op te halen en dan nog even op ziekenbezoek. Oh, en Marijke komt vanmiddag mijn fiets halen, want die mag ze lenen. We gaan eerst rustig ontbijten.'
'Hoe oud is dat brood?' vraag ik als ik me door een droog stukje heen werk.
'Dat weet ik niet hoor, mam. Dat is het studentendieet.'
Ik krijg flashbacks – het komt me allemaal bekend voor. Ik zat toen alleen niet in de moederrol.
'Je hoeft niks te doen, hoor. Ik moet het toch allemaal zelf uitzoeken. Ik vind het wel heel gezellig dat je er bent. Mijn boeken zijn allemaal al beneden, dus het belangrijkste is gedaan.
Tegen de avond lukt het dan toch nog om haar kamer leeg te krijgen.

We moeten voor dag en dauw op om op tijd op Schiphol te zijn. Zelfs haar huisgenoten zijn vroeg opgestaan.
'I've never seen you wake up so early.' hoor ik dochter tegen een huisgenoot zeggen.
'Yes, I thought, let's try something new.'
Ondertussen breng ik de laatste spullen naar de kelder.
Wanneer we in de bus richting station zitten, zegt dochterlief: 'Mam, heb jij mijn dekbed ook opgeruimd?'
'Ja, dat moest toch?'
'Nee.'
'Oh.'
Er wordt heen en weer geappt en een huisgenoot krijgt de schone taak om tussen haar spullen naar het dekbed te zoeken.
A ship is safer in the harbour but is has to sail to be free
Op Schiphol staat Myriam met een rugzak klaar, waar de zwemvliezen vrolijk aan bungelen. Ze ziet me kijken en schiet in de lach. 'Dat komt wel goed hoor, mam.' Ze pasten er niet meer in.
De stemming is opperbest bij de dames. Ze vliegen via Moskou, want dat is leuk voor Karin. Dan kan ze nog even Russisch horen voor ze verder reizen naar Bangkok.
Ik zie twee mooie jonge meiden die op avontuur gaan. Ik ben trots op ze en hoop het droog te houden als ze straks verdwijnen. Natuurlijk lukt dat niet, maar dat geeft niet. Het is goed om ze los te laten. Als je hen vasthoudt, kunnen ze niet vliegen. Afscheid nemen hoort bij het leven en er zijn genoeg mogelijkheden om contact te houden.
ondertussen in Frankrijk

ondertussen in Frankrijk






De rest van de tijd vliegt voorbij. Schoonmoeder wordt geopereerd aan haar knie en schoonzus komt over uit de States om haar te helpen. Net een dag na mijn geplande vertrek. Ik verzet dus mijn vlucht, zodat ik haar nog even kan zien, want dat is ook alweer een jaar of drie geleden.
Had ik nou maar gewacht met boeken. Het verzetten kost net zoveel als de ticket zelf, maar het is leuk om elkaar na lange tijd weer te zien. De hulp is wel erg internationaal zo. Niet dat dat nodig is, want schoonmoeder racet alweer door de kamer.

Voor ik het weet, vlieg ik terug naar Marseille en ben ik weer terug in ons knusse oppashuis in de Provence. Het was fijn om in Nederland te zijn. Het is fijn om weer terug te zijn.
'We hebben een op maat gemaakt leven,' zeggen we tevreden tegen elkaar.
en gelukkig hebben we internet